Bij het beoordelen van aanvragen voor Chinese kennismigranten maakt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) structureel vaker dan bij andere nationaliteiten gebruik van een uitzonderlijke bevoegdheid om aanvragen om toelating af te wijzen terwijl aan de voorwaarden wél wordt voldaan. Dit blijkt uit informatie die Mynta Law van de IND heeft ontvangen.

De kennismigrantenregeling wil bij uitstek een duidelijke en voorspelbare immigratieregeling zijn, waarvan het internationale bedrijfsleven ook dankbaar gebruik maakt. De tot de regeling toegelaten bedrijven zijn allemaal erkend als referent; de betrouwbaarheid van hun verklaringen wordt dus verondersteld. Wil de erkende werkgever een werknemer van buiten de EU als kennismigrant in dienst nemen, dan kan zij zelf vaststellen of de werknemer aan de toepasselijke salarisnorm voldoet. Zo ja, dan komt de werknemer in aanmerking voor de verblijfsvergunning. Toch?

De IND kan de aanvraag van een kennismigrant toch afwijzen, ook al is de werkgever erkend referent en voldoet de werknemer ook aan het toepasselijke salariscriterium. De maatstaf van de IND hierbij luidt dat het bedongen salaris niet “marktconform” zou zijn. Hiermee wil de IND zeggen dat het salaris op een kunstmatig hoog niveau is vastgesteld, om maar aan de voorwaarden te voldoen. Men noemt dit misbruik of oneigenlijk gebruik van de kennismigrantenregeling.